Judith Doorn, manager duurzaamheid, barst van de ambitie. En dat moet ook, want er valt werkelijk een wereld te winnen. “We willen van Janssen de Jong de meest duurzame bouwer van Nederland maken en ik daag de andere bouwers ook uit, om de competitie aan te gaan. Want als we daarin allemaal willen winnen, wint uiteindelijk de aarde. Wij wachten niet op anderen. Wij kiezen strategisch voor duurzaamheid en zijn al met heel veel werkgroepen per onderwerp gaan broeden op oplossingen. We hebben onder andere gekeken naar inkoop, HR, onze CO2-uitstoot en afvalstromen en daarnaast zijn we serieus bezig met de CSRD, de Corporate Sustainability Reporting Directive, waarbij we voor onze speerpunten binnen MVO vaststellen hoe we rapporteren, wat onze doelen zijn en welke acties we gaan ondernemen.”
Het begint met inzicht, zo leert Judith Doorn ons. Het is eerst zaak om de milieu-impact in kaart te brengen, zodat je daarop heel gericht maatregelen kunt nemen. “Wij hanteren daarom bijvoorbeeld de CO2-prestatieladder. Daarop zijn we dit jaar – als onderdeel van JAJO – voor trede 4 gecertificeerd. Wij hebben nu scherp zicht op welke maatregelen je kunt nemen. Daarbij begin je met maatregelen dicht bij huis, scope 1 en 2 noemen we dat, zoals elektrisch gaan rijden, groene stroom inkopen, de kantoren verduurzamen en energie besparen op de bouwplaats. Daar heb je veel invloed op, dus dan doen we ook. Maar… het is maar een heel klein deel van de uitstoot. Daar moeten we eerlijk over zijn. Zeker 96% van onze CO2-uitstoot wordt bepaald door de manier waarop we bouwen, de grondstoffen die we gebruiken en door de energieprestaties van de gebouwen die we realiseren.”
Judith Doorn is pas vrij kort aan de slag bij Janssen de Jong, maar focust zich al zeker 15 jaar op duurzaamheid binnen de bouw. Daar ligt haar expertise en ook haar passie. Ze heeft alle tegenwerpingen die er zijn rond duurzaamheid in de bouw al wel eens gehoord: “Hier intern hoor ik vaak dat bijna alles al vastgelegd is op het moment dat een project bij ons binnen komt, dus dat we nauwelijks invloed hebben op het belangrijkste punt waar winst geboekt kan worden. Maar je kan, nee, je móét verantwoordelijkheid nemen en waar het kan alsnog duurzamere oplossingen aandragen. Diezelfde oproep doe ik hier ook aan de ijzerwarengroothandel: lever niet klakkeloos wat er gevraagd wordt, maar durf het aan om ook een duurzamer alternatief aan te bieden. Wij kunnen dat enorm waarderen.”
Doorn benadrukt dat een marathon ook uit een heleboel kleine stapjes bestaat. Eén kitworst in plaats van een kitkoker gaat de wereld niet redden, maar het telt op bij al die andere maatregelen die bouwers als Janssen de Jong nemen. Doorn: “De grootste winst die we nu nog kunnen boeken, zit in de materialen die we gebruiken. Bij het energiezuiniger maken van woningen zijn al grote slagen gemaakt en op dat gebied bestaat ook veel regelgeving. Bij de materialen die we gebruiken kijken we naar de levenscyclusanalyse van die materialen en gebruiken we de onder andere de data uit de Nationale Milieu Database. Het Besluit Bouwwerken Leefomgeving stelt daarnaast eisen aan de maximale milieubelasting van materialen die in een gebouw verwerkt worden. Wij willen als Janssen de Jong 25% beter presteren dan deze norm.”
“Wij hebben ons tot doel gesteld om binnen 5 jaar de meest impactvolle en circulaire bouwer van Nederland te zijn. Daarbij richten wij ons op het verlagen van de CO2-uitstoot, het elimineren van afval en het toepassen van circulaire materialen. We zijn op dit moment in omvang de veertiende bouwer van Nederland, maar op het gebied van duurzaamheid willen we koploper zijn.”
Judith Doorn benoemt nog een voorbeeld: “De overheid stelt dat in 2030 het materiaalgebruik 50% circulair moet zijn. Janssen de Jong wil dat jaartal naar voren halen en zet dus zwaar in op biobased, hergebruik en recycling.” Doorn voorziet volledige houtbouw en ook hybride gebouwen, waar hout met andere materialen gecombineerd wordt. Maar Janssen de Jong kan het niet alleen: “De ketenpartners, dus ook de lezers van dit magazine, moeten daarin hun rol pakken. Dat kan ook met kleinere maatregelen. Door bijvoorbeeld elektrisch vervoer, minder verpakkingsmaterialen, statiegeld, afwerkingsmaterialen met lage VOS-emissies en door overschotten simpelweg terug te nemen. Biedt bijvoorbeeld ook alleen FSC- en PEFC-gecertificeerd hout aan, zodat onze mensen, zelfs niet per ongeluk, het verkeerde hout in kunnen kopen.”
Doorn is een strijdbare idealist, maar ook een realist: nu in alles steeds de meest duurzame oplossing kiezen, is financieel in deze markt niet haalbaar. Maar de beweging is goed waarneembaar en gaat absoluut de goede kant op. En de beweging gaat toch ook snel: “Wij hebben ons tot doel gesteld om binnen 5 jaar de meest impactvolle en circulaire bouwer van Nederland te zijn. Daarbij richten wij ons op het verlagen van de CO2-uitstoot, het elimineren van afval en het toepassen van circulaire materialen. We zijn op dit moment in omvang de veertiende bouwer van Nederland, maar op het gebied van duurzaamheid willen we koploper zijn.”
Judith Doorn, Janssen de Jong en ook het overkoepelende moederbedrijf JAJO zijn helder over hun ambities. Op de website van JAJO staat het mooi verwoord: ’Als we willen dat alles zo blijft, zullen we alles moeten moeten veranderen. Zodat onze toekomst en die van generaties na ons leefbaar, betaalbaar én duurzaam is’. Het mooie is, dat het hier niet bij fraaie zinnen blijft, maar dat Janssen de Jong, maar bijvoorbeeld ook BAM, Ballast Nedam, Van Wijnen en Heijmans duurzaamheidsmanagers op de loonlijst hebben staan die werkelijk werk van duurzaamheid maken. Doorn: “Ik raad de ijzerwarengroothandel aan, dat zeker ook te doen. Zevij-Necomij zou haar huismerk eens op dit punt tegen het licht moeten houden en iedere groothandel moet zorgen dat de duurzaamheidskennis én duurzame producten aanwezig zijn én dat die actief worden aangeboden.”

Dit interview is afkomstig uit het magazine ‘de kracht van’ van Zevij-Necomij.
Klik hier voor een PDF van het interview.